Voorlezen – Hoofd, schouders, knie en teen – 0 tot 4 jaar

Doel: De kinderen luisteren en kijken naar het verhaal.

Op je hoofd zitten haren, een neus, ogen en oren en wat nog meer? En wat kun je doen met je armen en waarvoor gebruik je je benen? In dit boekje komen allerlei lichaamsdelen voorbij. Het boek is geschreven op rijm. Tijdens het voorlezen doen we zo actief mogelijk mee met het boek. We wijzen lichaamsdelen aan bij onszelf. We laten onze spierballen zien. Het trucje met de neus pakken doe ik bij de kinderen. Enz.

  • MM. wijst haar haren aan en zegt “mijn haar”. Ze wijst haar elleboog aan als ze haar spierballen laat zien. Ze lacht bij het kriebelen aan de voeten. Ze trekt een vies gezicht als ik zeg dat ze aan mijn tenen mag ruiken. MM. wijst het kind op het plaatje aan dat een scheetje laat en zegt “vies”.
  • C. benoemd de elleboog en de knieën. Hij verbeterd het als ik het verkeerd benoem. Hij laat zijn spierballen zien. Hij reageert niet op het kriebelen aan de voeten. Na het lezen van dit boek, kiest C. een ander boek uit om samen te lezen.
  • M. wijst tijdens het lezen van alles bij zichzelf aan. Ze voelt ook aan de knobbels van haar voet wanneer daar in het boek om wordt gevraagd. M. verbeterd het als ik lichaamsdelen verkeerd benoem. Ze laat haar spierballen zien. M. moet enorm lachen om het woord “billenpraat” en vraagt wat dat is. Ze ruikt aan mijn teen en zegt dat het niet stinkt. Ze maakt ook af en toe de zinnen uit het boek af (het boek is op rijm).

Belangrijke woorden:

  • het hoofd
  • de haren
  • de neus
  • de ogen
  • de oren
  • de tanden
  • de wangen
  • de tong
  • de mond
  • de kin
  • armen
  • benen
  • buik
  • navel
  • handen
  • voeten
  • vingers
  • tenen

Dinsdag 3 september