Introductie Thema

Doel: De kinderen gooiende bal over en luisteren naar het verhaal over kabouter Bim.

Ik maak een vuist van mijn hand en langzaam laat ik mijn vinger tevoorschijn komen. Wat is dat? Dat is kabouter Bim. De kabouter vertelt dat hij kabouter Bim heet. Hoe heten de kinderen? De kinderen stellen zichzelf voor aan kabouter Bim. De kabouter wil spelen met de bal. Willen de kinderen mee doen? MM. steekt meteen haar handen uit. We gooien de bal over. Ik naar MM. en zij naar mij. Ik naar C. en hij weer naar mij. K. pakt de bal en gooit hem in de lucht.

Ik heb ook nog een verhaal over kabouter Bim. Willen de kinderen dat horen? Ze gaan meteen op de bank zitten en ik pak het boek erbij. Tijdens het voorlezen zitten MM. en C. op de bank. K. zit op de bank, loopt rond, staat recht voor mijn neus, enz. Op de vraag; “Wie is zo groot?” zegt K. “papa”. MM. benoemd wat ze op de platen ziet zoals de paddenstoel. C. luistert aandachtig. Wanneer ik C. een vraag stel reageert hij met “weet ik niet”.

Na het lezen stel ik de vragen; “Waar woont kabouter Bim? “, “Wat wil kabouter Bim doen?”, “Wilde kabouter Bommel met kabouter Bim spelen?” en “Met wie heeft kabouter Bim gespeeld?”
– MM reageert met; “Huis paddenstoel”, “spelen”, “ja” en bij de laatste vraag haalt ze haar schouders op.
– C. zegt steeds “zitten Kai!”

Na het verhaal openen we de themakist en halen alle nieuwe spullen die Puk heeft meegenomen voor dit thema eruit. De kinderen gaan gelijk aan de slag met spelen met alle spullen.

Maandag 31 september