In het thema “Reuzen en kabouters” staan de begrippen “groot” en “klein” centraal. Door middel van het lezen van boekjes en het kijken van filmpjes krijgen de kinderen een beeld van wat een kabouter en wat een reus is. Naar aanleiding hiervan gaan de kinderen aan de slag met de begrippen “groot” en “klein”.

Introductie Thema

Doel: De kinderen gooiende bal over en luisteren naar het verhaal over kabouter Bim.
Kabouter Bim kwam tevoorschijn. Hij wilde graag met de kinderen spelen. Samen spelen is veel leuker dan alleen. Kabouter Bim heeft ook nog vriendjes en heel veel kabouter spulletjes. Dat willen de kinderen wel eens zien. lees meer

Introductie – groot en kein

Doel 0 tot 1,5 jaar: De kinderen spelen met grote en kleine dingen.
Doel 1,5 tot 3 jaar: De kinderen maken reuzen- en kabouterstappen en ervaren hoe het is om groot of juist heel klein te zijn.
Samen met de jonge kinderen speel ik met verschillende balkjes en lepels op de grond. Ik benoem wat ik de kinderen zie doen. “Die bakjes passen goed in elkaar! Het kleine bakje gaat makkelijk in de grote bak.” Ik laat zien dat je de bakjes ook kunt stapelen. “Wat een grote toren!” De kinderen mogen ook met de lepels in de bakjes roeren. Welke lepel past in welk bakje?
Met de grotere kinderen bekijken we eerst de woordkaartjes van de reus en de kabouter. Ik vraag de kinderen wat ze op het plaatje zien. We praten over de kabouter en dat hij heel klein is. Ik maak mijzelf heel klein terwijl we het er over hebben. Dan praten we over de reus en dat hij heel groot is. ik maak mijzelf heel groot terwijl we er over praten.

Spel – blokken toren bouwen – 0 tot 4 jaar

Doel: De kinderen bouwen torens van blokken en bepalen welke torens groot en welke klein zijn.
Puk maakt samen met de kinderen grote en kleine torens van blokken. Puk doet het voor en de kinderen mogen ook stapelen. We maken torens met blokken van de zelfde kleur, maar ook torens met verschillende kleur blokken. Puk vraagt aan de kinderen welke toren heel groot is en welke toren heel klein. We tellen de blokken van iedere toren. De kinderen kunnen ook zonder te tellen al goed aanwijzen welke toren het grootst is.          

Spel – Ruzie in het kabouterdorp – 2,5-4 jaar

Doel: De kinderen vergelijken aantallen met elkaar en bepalen wat meer of minder is.
De kabouters wonen gezellig bij elkaar, aan de rand van het bos. Maar vandaag is het niet zo gezellig. Kabouter Roodmuts en kabouter Paarsmuts hebben allebei vreselijk opgeschept dat ze zo’n groot huis hebben en nu hebben ze ruzie. Ze vinden allebei dat ze het grootste huis hebben. Tja, dat is een lastig probleem. Hoe kom je erachter wat het grootste huis is?   lees meer

Knutselen – groot-klein blad – vanaf 2 jaar

Doel: De kinderen plakken verschillende bladeren op en benoemen of hij groot of klein is.
Tijdens het wandelen verzamelen we allerlei bladeren. We nemen ze mee en leggen ze dan te drogen onder een stapel boeken. Met deze bladeren kunnen we knutselen. In dit geval hebben we van de bladeren een mooie raam decoratie gemaakt.   

          

Knutselen – Rood met witte stippen – vanaf 1,5 jaar

Doel: De kinderen zingen het liedje “Op een grote paddenstoel” en stempelen witte stippen van verschillend formaat op rood papier.
Aan tafel pakte ik het herfstkussen erbij. Wat staat daarop? Een paddenstoel. Hoe ziet de paddenstoel eruit? De hoed van de paddenstoel is rood met witte stippen. Kennen de kinderen het liedje “Op een grote paddenstoel”? Na het zingen van het liedje gaan we stippen op de hoed van een paddenstoel stempelen.

Spel – drie dansende kabouters – 1,5 tot 4 jaar

Doel: De kinderen leren een versje, beelden het versje uit met hun vingers en zingen en dansen met de kaboutertjes.
Ik had mijn hand in een vuist en vertelde de kinderen dat er 3 kaboutertjes in mijn hand zaten. Terwijl ik een versje uitbeeld komen de kabouters tevoorschijn. De kinderen mogen ook kabouters op hun vingers. Doen ze dan goed mee met het versje?

 

Klopt, klop, klop, is er iemand thuis?
Één kaboutertje komt uit zijn huis.
Klop, klop, klop, doe eens open!
Één kaboutertje komt uit zijn huis gekropen.
Klop, klop, klop, kom je nou?
Drie kaboutertjes kijken naar jou.

Knutselen – Blad stempelen – vanaf 2 jaar

Doel: De kinderen schilderen met hun vingers en met een kwast.
Buiten hebben we bladeren gezocht. Deze zijn mee naar binnen genomen en te drogen gelegd. Enkele dagen later konden we aan de slag met deze activiteit.

Verzorging – Wat heb je grote voeten! – vanaf 1,5 jaar

Doel 1,5 tot 2,5 jaar: De kinderen spelen een verstopspel en vergelijken hun eigen lichaamsdelen met die van Puk.
Doel 2,5 tot 4 jaar: De kinderen spelen een verstopspel. Ze vergelijken hun eigen lichaamsdelen met die van Puk en praten hierover.
Puk verstopt zich onder een deken. Dan laat hij zijn voetje tevoorschijn komen. Zien de kinderen dat? Wat zien ze dan? We vergelijken de voet van Puk met die van de kinderen. Welke voet is groter? Puk verstopt zich opnieuw.

 

Spel – De rugzak van Puk is te klein – 2,5 tot 4 jaar

Doel: De kinderen schatten in of een boek in een bepaald formaat tas past en proberen het uit.
Puk leest een boek samen met de kinderen. Daarna wil hij het boek graag opruimen in zijn tas. Het past niet? Is er een andere tas waar het boek wel in past? We schatten het eerst in en proberen het daarna uit. We hebben verschillende formaten boeken en verschillende formaten tassen. Welk boek past in welke tas?

Expressie – Op een grote paddenstoel – 1,5 tot 4 jaar

Doel: De kinderen leren het liedje van kabouter Spillebeen. Ze wippen op een strandbal, zoals kabouter spillebeen op zijn paddenstoel.
Alle kinderen krijgen een strandbal om mee te spelen. Ik zing het lied van kabouter Spillebeen. Ze hebben dit lied al eerder gehoord. We wippen vrolijk mee op de bal. De kinderen kunnen prima blijven zitten. Wanneer het stuk komt dat de paddenstoel breekt dan laten de kinderen zichzelf omvallen. Het is een leuk gezicht. We hebben deze activiteit nog vaak herhaald in dit thema.

 

Voorlezen – 0 tot 4 jaar

Samen lezen we allerlei boekjes over reuzen, kabouters, groot en klein en de herfst.

Buiten spelen

Buiten kunnen de kinderen heerlijk spelen met de bladeren die van de bomen vallen. De bladeren worden bij elkaar geveegd. Of ze verzamelen de bladeren in de kruiwagen. Dan wordt de kruiwagen weer omgegooid en kan het verzamelen weer opnieuw beginnen. Ze hebben de grootste lol met de bladeren.

Kabouterhuis

In een houten poppenhuis konden de kinderen spelen met de gekleurde houten kabouters. Ze vonden dit erg leuk om te doen.