Expressie – Zijn we weer vriendjes? – 0 tot 4 jaar

Doel 1,5-4 jaar: De kinderen doen voor aan Puk en de knuffel hoe ze weer vriendjes kunnen worden.

M. is buiten de pop in bad aan het doen nadat ze hem vies had gemaakt met stoepkrijt. Y. zit op een stoel ernaast te kijken. Op de andere stoel zit knuffel konijn. Puk komt eraan en wil ook graag op de stoel om te kijken. Hij wordt boos op konijn en slaat hem van de stoel. “Wat doet Puk nou?”

  • M. geeft meteen aan dat het stout is wat Puk doet en ze gooit Puk van de stoel en zet konijn er weer op. Nu is Puk verdrietig. Hij heeft pijn. Wanneer ik zeg “M. wat doe je nou?” Gaat ze heel hard huilen en wil ze naar mama. Ik vraag: “Hoe moet Puk het oplossen met konijn? Wat moet hij zeggen?” M. geeft aan dat Puk “sorry” moet zeggen en ze stopt met huilen. Puk zegt sorry tegen konijn. Nu moet M. het nog oplossen met Puk. Het duurt even maar dan zegt ze sorry tegen Puk en geeft hem een flinke knuffel. Nu is alles weer goed . Ze zijn weer vriendjes en de tranen van M. zijn ook weg.

Puk en konijn kunnen samen op de stoel zitten er is genoeg plek voor hen alle twee.

  • Y. moet erg lachen als Puk konijn slaat. Ze zegt “nog een keer” en “Ik doe dat thuis ook altijd bij Puk”. Ik geef aan dat het niet lief is om te slaan en dat ik het niet grappig vind. Y. slaat Puk en lacht erbij. Puk is boos en verdrietig, hij keert zijn rug naar Y. toe. Zo wil Puk geen vriendjes zijn. Y. slaat nog een keer. M. geeft aan dat ze sorry moet zeggen om het goed te maken. Y. kijkt even en zegt niks. Puk kijkt Y. aan en ik zeg “Wat zeg je dan?”. Het duurt even en dan zegt Y. “sorry”. Puk geeft Y. een knuffel en nu is iedereen weer blij en vriendjes.

Samen gaan ze met de pop en het bad spelen.

Doel 0-1,5 jaar: De baby’s spelen op de grond met de knuffels.

  • N. speelt met de knuffels. Hij geeft de tijger aan mij. Ik pak hem aan en zeg “Dankjewel”. Ik houd de knuffel tegen mijn gezicht om er mee te knuffelen. N. strekt zijn hand uit, ik neem aan dat hij dat doet om aan te geven dat hij de knuffel weer terug wil. Ik geef de knuffel en zeg “alsjeblieft”. N. pakt de knuffel en houdt hem ook bij zijn gezicht. Dit zelfde ritueel herhaald zich meerdere malen. Een van de keren geeft N. de knuffel ook een kus. Ik benoem steeds wat ik N. zie doen.

Belangrijke woorden:

  • boos
  • de klap
  • de ruzie
  • samen
  • slaan
  • sorry
  • de stoel
  • stout
  • vriendjes zijn
Dinsdag 2 juni