Ontdekken – Spetterdespat, lekker nat – 0 tot 4 jaar

Doel 0 tot 1,5 jaar: De baby’s spelen met water.
Doel 1,5 tot 2,5 jaar: De kinderen zien dat sommige voorwerpen op het water drijven en andere voorwerpen zinken.
Doel 2,5 tot 4 jaar: De kinderen begrijpen dat sommige voorwerpen op water drijven en andere voorwerpen zinken.

Puk heeft een handdoek om zijn schouders, waarom zou dat zijn? Wat zou Puk hebben gedaan? Wanneer ik de handdoek van Puk af haal ligt er een badeend bij Puk op schoot. Puk is in het water geweest! Puk vertelt dat hij samen met de eend lekker heeft gespetterd in het water. Willen de kinderen ook mee spetteren in het water? We bekijken de voorwerpen. Puk laat eerst de kurk en daarna de steen in het water vallen. Wat zien de kinderen? De kurk blijft op het water drijven en de steen zinkt en ligt nu op de bodem. Om de beurt mogen de kinderen voorwerpen in het water gooien. Zinkt het? Of blijft het drijven? Lekker spetteren en kliederen met het water. Het werd een aardig natte boel.

  • M. spettert met het water. Ze probeert alle voorwerpen. Ze probeert de bal en het eendje te laten zinken door het onder water te duwen, maar ze komen toch weer boven drijven. Op de vraag of de steen zinkt of drijft blijft M. antwoorden dat de steen drijft, ook al ze hem onder water ziet liggen.
  • C. wacht netjes op zijn beurt en probeert alle items uit. Hij kan benoemen welke voorwerpen zijn gezonken en welke drijven.
  • Y. wacht ook netjes op haar beurt en probeert dan alle items uit. Ze kan benoemen welke voorwerpen zijn gezonken en welke drijven. Wanneer de kinderen veel aan het spetteren zijn dan neemt Y. afstand want ze wil niet nat worden.
  • N. spettert vrolijk in het water. Ik benoem wat hij doet. Samen gooien we de bal in het water om te kijken of het drijft of zinkt. Dat leek hij wel leuk te vinden, want N. gooit de bal zelf ook nog een paar keer op het water.
  • J.F. spettert in het water. Hij gooit alle voorwerpen in het water en ik benoem of het drijft of zinkt. J.F. pakt de voorwerpen weer uit het water en doet ze er weer in. Met de schep, schept hij het water uit de bak. Toen werd alles nat.

De kinderen hebben een hoop pret. We zijn allemaal nat geworden en de vloer ook goed.

Belangrijke woorden:

  • drijven
  • de eend
  • licht
  • op
  • Plons!
  • spetteren
  • de steen
  • zinken
  • zwaar
Donderdag 16 juli