Doel: De kinderen maken een ijsje door verschillende kleuren cirkels op papier te plakken en benoemen de kleuren.

Puk heeft het warm en lust wel een ijsje om af te koelen. Kunnen de kinderen een ijsje maken voor Puk? We maken het plakwerkje samen. Voor sommige kinderen doe ik de lijm op het hoorntje en de ijsbolletjes en sommige kinderen kunnen dit al een beetje zelf. De kinderen plakken het allemaal zelf op het papier en kiezen zelf welke kleur ze willen. We hebben de kleuren rood, roze, paars, geel, groen en blauw.

  • N. en ik doen samen lijm op het papier. Dan mag N. het zelf opplakken. Hij haalt de boel steeds weer los van het papier en plakt het vervolgens weer terug. het hoorntje en de bolletjes ijs vormen samen misschien niet echt een ijsje, maar volgens mij heeft hij het wel naar zijn zin.
  • M. gaat fanatiek aan de slag met het lijmen en plakken. “Dat is mijn lievelingskleur.”, zegt ze terwijl ze een roze ijsbol pakt. Het benoemen van de kleuren blijft lastig. Ze zegt het wel goed na nadat ik de kleuren voor haar benoem. Samen tellen we hoeveel bolletjes er op haar ijsje zitten.
  • K. maakt een heel groot ijsje en pakt daarbij alle bolletjes. Het zit op dat moment nog niet vast geplakt. Nadat hij een blad krijgt om alles op te plakken eindigt het ijsje toch net iets kleiner. Hij wil heel graag zelf de lijm doen, maar ik moet toch een klein beetje helpen. Bij het benoemen van de kleuren noemde hij alles “geel” vandaag. Samen tellen we hoeveel bolletjes er op zijn ijsje zitten.
  • Y. kan het werkje zelf maken. Ze pakt willekeurige bolletjes om op te plakken en maakt een redelijk groot ijsje. Ze kan alle kleuren benoemen. Bij het tellen van de bolletjes ijs wijs ik met haar mee, maar ze telt zelf. Dit gaat haar goed af.
  • J.F. plakt de bolletjes ijs op het papier nadat ik er lijm op het gedaan voor hem. Hij pakt de bolletjes het liefst weer van het papier af om het er vervolgens weer op te doen. Het aanwijzen van de kleuren zijn we nog aan het oefenen. Samen tellen we hoeveel bolletjes er op zijn ijsje zitten.
  • C. plakt eerst twee bolletjes ijs op het hoorntje. “Het lijken net twee ogen”, zegt hij dan. Vervolgens mag en nog een roze bolletje bij en het groene bolletje moet daar bovenop. Hij benoemd de kleuren van de ijsbolletjes op het moment dat hij ze kiest. Het tellen van de bolletjes ijs gaat van “1,2,4,5.” Samen tellen we nog een keer en dan slaan we de drie niet over.

Knutselen – ijsje – vanaf 2 jaar