Voorlezen – Kaatje in de zomer – alle leeftijden

Doel: De kinderen kijken en luisteren naar het verhaal

Omdat het zomer is heeft kaatje een jurk en sandalen aan. De jas mag in de kast blijven hangen. Je moet goed smeren met zonnebrandcrème. Dan gaat ze buiten van alles doen zoals; spelen in het gras, kersen plukken, schommelen, zwemmen, boekje lezen, planten water geven en eten.

  • N. kijkt mee in het boek en wijst van alles aan. Ik benoem wat N. aanwijst. Hij slaat ook graag de bladzijdes om.
  • J. wijst van alles aan in het boek en ik benoem wat hij aanwijst. Soms vraag ik hem ook iets aan te wijzen in het boek. De vlinder kon hij goed aanwijzen. J. wijst naar de handen naast Kaatje in het boek en zegt dan “papa”. Hij heeft goed gezien dat het een volwassenen is/ moet zijn.
  • M. benoemd het ijs, vlinder, bloem, kersen, vogel, zwembad, knuffel, zon, baby en mama. De pet noemt ze “hoed”. De zonnebrand noemt ze “smeren”. En bij de schommel zegt ze dat is voor baby’s.
  • K. benoemd het ijs, de jas, vlinder, zon, papa, kers, vogel, zwembad, baby, mam. De pet noemt hij “hoed”. De gieter noemt hij “water”, maar zegt daarna het woord gieter wel goed na. De bloemen noemt hij “blaad”. Hij benoemd de kleuren van de bloemen en benoemd de groene bloem dan goed.
  • Y. zit al in groep twee en hoefde vandaag niet naar school. Ik vroeg haar het boek voor te lezen nadat ik klaar was met lezen. Ik ging er vanuit dat ze zou gaan pseudolezen. Maar niets was minder waar. Ze kan al heel wat woorden goed lezen zoals; ik, ben, is, en, warm, jurk, mijn, de, mooi en kast. Het verbaasde mij enorm. Wanneer ik de woorden draag en zomer voor haar hak dan kan zij ze ook goed plakken/lezen. Ze gebruikt ook het plaatje uit het boek om te bepalen wat er staat. Super knap! Ik heb voor haar een avi start boekje gepakt om te lezen.
zonnebrand
tuimelingen

Na het lezen van het boekje hebben we een kleurplaat gekleurd die bij het boekje hoort. Het is de bedoeling dat de kinderen de juiste kleur pakken om bolletjes ijs mee te kleuren. Samen tellen we hoeveel stippen er op de dobbelsteen staan en zoveel bolletjes ijs moeten er dan op het hoorntje.

  • N. kleurt een kleurplaat van Puk terwijl de andere kinderen bezig zijn met kleuren. Hij kleurt meer op tafel dan op de kleurplaat. Hij gooit de kleurplaat zelfs van tafel en kleurt de tafel dan vrolijk verder in.
  • J. pakt kleuren en ik benoem steeds welke kleur hij heeft gepakt. Hij is lekker aan het kleuren op de kleurplaat. Het tellen laten we nog even achterwegen. Ik stel ook vragen aan J. zoals; “welke kleur is groen?, Welke is rood? Waar zie je blauw?” Het lukt J. nog niet deze vragen te beantwoorden of om een krijtje aan te wijzen.
  • M. telt samen met mij de stippen op de dobbelsteen. Ze kiest bij bruin, blauw en paars het juiste krijtje, maar bij de andere kleuren moest ik even helpen. Daarna tekent ze de bolletjes ijs zelf terwijl ik tel. Ze stopt met bolletjes tekenen bij het juiste eindgetal.
  • K. telt eerst zelf; “1, 4, 6, 7, 8” allerlei getallen door elkaar. Daarna tellen we samen. Hij zoekt de juiste kleuren bij het ijshoorntje. Samen tekenen we dan de juiste hoeveelheid bolletjes terwijl ik tel. Hij probeert de kleuren ook te benoemen, maar zegt nog niet het juiste woord bij de juiste kleur. Hij zegt de woorden “geel, blauw en donker blauw.”
  • Y. kan het helemaal zelfstandig maken. Soms hoeft ze de stippen niet te tellen en ziet ze in één oogopslag hoeveel het is. Alleen de vijf en zes stippen moet ze tellen. Ook het benoemen van de kleuren gaat prima. Ze maakt ook het tweede werkblad waarbij je zelf de stippen moet tekenen en de kleuren zelf mag kiezen.
werkblad
Vrijdag 26 juni