thematafel eet smakelijk
thema koffer

Introductie – Thema eet smakelijk! – 0 tot 4 jaar

Doel: De kinderen maken kennis met het onderwerp van het nieuwe thema; Eet smakelijk!
Om het thema in te leiden zitten alle spullen van het thema in de koffer van Puk. De kinderen maken samen met Puk de koffer open. Er zitten allerlei spullen in. Vooral veel bordjes, bestek, bekers, kopjes en pannen. Ook boekjes natuurlijk. De kinderen mogen gelijk aan de slag met de spullen. Er zit een wortelkweekbak in de koffer. Daar gaan we mee aan de slag. De kinderen scheppen om de beurt aarde in de bak. Dan maken we gaatjes in de aarde en in ieder gaat mogen ze een wortelzaadje doen. Als laatst moeten de wortelzaadjes natuurlijk water krijgen, ook dit doen de kinderen weer om de beurt.


Hoeken – Winkeltje – vanaf 2 jaar

Van het vorige thema was nog het een en ander over aan “afval”. Super fijn dat ouders dit allemaal meegeven hebben. Met dit thema hebben we het namelijk gebruikt voor ons winkeltje. De verpakkingen in combinatie met het winkelkraampje en de kassa heeft veel spel mogelijkheden voor de kinderen gecreëerd om met dit thema aan de slag te gaan.


zaaien

Ontdekken – Van zaadje tot plantje – 0 tot 4 jaar

Doel 0 tot 1,5 jaar: De baby’s komen in aanraking met plantjes.
Doel 1,5 tot 4 jaar: De kinderen zaaien zaadjes en ontdekken dat uit een zaadje een eetbaar plantje verschijnt.

Van gastouderbureau Mikado hebben we een aantal leuke materialen gekregen om met de kinderen plantjes te planten. We doen deze activiteit in kleine groepjes zodat ik de kinderen kan helpen waar nodig.

  • N. probeert zijn bakje te vullen met de schep en de aarde. Het meeste beland naast het bakje. We doen het samen, al doet hij het liever alleen. Dan kiest hij zaadjes die we er samen in doen. Water geven probeert hij, maar ik help ook nog even mee. Het liefst gooit N. alles er weer uit om het nog eens te doen, maar dat mag van mij niet. We zetten de bakjes netjes op de vensterbank om er naar te kijken.
  • J.F. schept de aarde in het bakje. Hij kiest zaadjes uit en doet een overdaad aan zaadjes in de bakjes. J.F. geeft de bakjes, de tafel en zichzelf wat water. Dat ging iets te enthousiast. Wanneer de bakjes op de vensterbank staan kijkt hij erin. Er groeit nog niets.
  • J. schept de aarde in de bakjes en gooit het er weer uit. Hij speelt met het bakje en de aarde. Samen doen we zaadjes in de bakjes en nu moet hij alles erin laten. Samen geven we de zaadjes water.
  • F. doet alles zelf. Heel voorzichtig wat aarde in de bakjes. Er gaat wel wat naast, maar dat geeft niet. Ze kiest de zaadjes zelf en doet en behoorlijk wat in de bakjes. Voorzichtig geeft ze water en dat gaat prima.
  • T. speelt met de bakjes en de aarde. Lekker scheppen en spelen. Er beland een hoop aarde op de grond. Nadat hij lekker eventjes heeft gespeeld vullen we samen de bakjes met aarde en doen er samen zaadjes in. F. helpt bij het water geven.
  • K. komt op vrijdag en ziet alle bakjes op de vensterbank staan. Hij ziet er allemaal namen op staan en zoekt naar zijn naam. Die staat er niet bij. Hij vraagt zich af waar zijn bakjes zijn. Natuurlijk zijn er ook voor K. nog bakjes om te vullen met aarde en zaadjes. Hij kan het helemaal zelf geeft hij aan en hij hoeft geen hulp. Dus hij doet het ook echt zelf. Aarde in de bakjes, zaadjes erin, water geven en vervolgens op de vensterbank bij de andere bakjes zetten.
planten

Iedere dag geven de kinderen hun plantjes water. Het duurt een paar weken voordat ze beginnen te groeien, maar dan beginnen ze toch allemaal mooi te groeien. Aan het eind van het thema krijgt iedereen zijn plantjes mee naar huis om daar om te potten zodat ze verder kunnen groeien.


appel verven

Knutselen – Appel – 1 tot 4 jaar

Doel: De kinderen stempelen met een appel op papier.
Één voor één ga ik samen met een kind aan tafel zitten om met de appels te stempelen. Eerst de halve appel in de verf dopen en daarna op het papier drukken. Als de meerdere afdrukken hebben gemaakt moet de verf even drogen. Dan knip ik de appels uit en de kinderen mogen ieder een aantal van hun eigen appels in de boom hangen.

  • N. ziet de appel en neemt er meteen een hap uit. Maar vandaag gaan we de appels niet eten. De appel in de verfdopen en een afdruk maken is ook leuk. N. speelt met de verf en smeert de appel aan alle kanten in. Ook haalt hij zijn eigen handen flink door de verf en maakt handafdrukken op het papier.
  • F. kan de appel en het klokhuis en de pitjes benoemen. Ze stempelt met de appel en verf de ene na de andere afdruk op het papier. Ze heeft meerdere vellen vol gestempeld.
  • J.F. en ik doen een paar afdrukken samen zodat hij door heeft wat de bedoeling is. Daarna maakt hij voorzichtig zelf een aantal afdrukken. Hij lijkt het leuk te vinden.
  • K. maakt een afdruk op papier en wil vervolgens met de appel over het vel heen wrijven. Op die manier verdwijnt de mooie afdruk weer. Uiteindelijk komen er een aantal mooie afdrukken op het papier die er ook op blijven staan.
  • J. kijkt naar de verf, samen pakken we de appel en maken een afdruk. Hij kijkt vervolgens naar zijn handen, daar zit verf op. Het is duidelijk dat hij zijn handen schoon wil maken. Samen maken we nog een paar afdrukken, maar al snel vind het het niet zo leuk dus stoppen we ermee.

rupsjenooitgenoeg

Voorlezen – Rupsjenooitgenoeg – 0 tot 4 jaar

Doel: De kinderen luisteren en kijken naar het verhaal.
Het boek gaat over een rups die onverzadigbaar is. Iedere dag eet hij meer en meer. Op een gegeven moment zit zijn buikje vol en maakt hij een cocon. Uit de cocon komt een hele mooie vlinder. We benoemen al het eten dat we in het boekje zien. Ook tellen we samen alles.

  • J.F. wijst de voetjes van de rups aan en zegt “modder”. Dat zelfde doet hij bij de vloer. Hij benoemd het blad, de zon, het ijs, de aardbei, appel en ei. Tijdens het benoemen wijst hij alles aan. J.F. doet actief en enthousiast mee tijden het voorlezen.
  • T. kijkt mee in het boek. Bij de laatste pagina (vlinder( komt er een hele grote lach op zijn gezicht.
  • N. wil het boek graag vasthouden. Hij benoemd de peer en de aardbei. Op iedere pagina benoemd hij de rups en wijst hem aan. N. wil het boek graag meerdere keren lezen op verschillende dagen. We kijken samen ook het digitale prentenboek. Hij lijkt helemaal in de ban van de rups.
  • F. zegt dat de maan in het echt niet rond is. Ik vraag hoe de maan er dan uitziet, maar dat lijkt ze moeilijk te vinden om te omschrijven. Ze benoemd de appel, peer, aardbei, cupcake, ijs en de taart. Ze zegt het woord cocon na. De vlinder heeft ook haar lievelingskleur (blauw) zegt ze.

Omdat N. zo in de ban is van de rups maken we van een eierdoos een rups. Ik knip de eierdoos. De kinderen verven de rups groen en rood net zoals rupsjenooitgenoeg. We houden het boek erbij als voorbeeld. Nadat de verf gedroogd is maken we met chenilledraad de voelsprieten en plakken we er oogjes op, dan is de rups klaar. K. wilde geen rups maken, hij wilde graag een monster maken met grote tanden. Dus dat is geen probleem. Hij verft, knipt en gebruikt chenilledraad. Ook zijn werkje word erg mooi.


fruit eten

Fruit eten – 1 tot 4 jaar

Doel 1 -1½ jaar: De kinderen ruiken en proeven verschillende soorten fruit.
Doel 2½ – 4 jaar: De kinderen raden welke verschillende soorten fruit er onder een doek liggen door te voelen. De kinderen bekijken, ruiken en proeven de verschillende soorten fruit.
Samen ga ik met de kinderen aan tafel om fruit te eten. Maar voordat we gaan eten raden we eerst welke stukken fruit het zijn. Het fruit gaat onder een doek, dan voelen we aan het fruit. Weten de kinderen al wat het is? Zo niet dan voelen we onder de doek, zonder te kijken. Kunnen we het nu raden? Als de kinderen het woord nog niet kunnen zeggen, dan mogen ze ook het woordkaartje aanwijzen. Na het voelen en raden, mogen we het fruit gaan proeven en opeten.

  • N. kan aan de hand van de vorm onder de doek raden dat er een banaan onder ligt. Super knap! Het benoemen van de andere soorten fruit als het onder de doek vandaan komt kan hij ook. N. neemt het liefst van alle stukken fruit een hap. De aardbei eet hij lekker op.
  • F. ziet iets dat rond is en raad dat het een appel is, ze voelt onder de doek. Het is toch geen appel, maar wat dan wel? We halen het er onderuit. Het is ene sinaasappel. De kiwi voelt ze meteen. Het is voor F. belangrijk dat ze haar eigen banaan op mag eten. Ze wil niets proeven, ook niet een banaan die van mij of iemand anders is.
  • T. kijkt met ons mee, hij voelt boven en onder de doek. Na afloop eet hij zijn eigen peertje op.
  • J.F. doet ook graag mee. Hij voelt aan het fruit en raad de appel. De sinaasappel noemt hij mandarijn. Ook de aardbei raad hij goed terwijl het nog onder de doek ligt. Na afloop eet hij zijn eigen druifjes op, maar wil ook graag de aardbei hebben. Gelukkig had ik er daar nog meer van in de koelkast.

sorteren

Sorteren – 2 tot 4 jaar

Doel: De kinderen herkennen de vorm van de lepel, de vork en het mes.
Het plastic bestek van de keuken spulletjes mogen de kinderen sorteren en de juiste bak. In de bak zien de kinderen het woordkaartje staan van de lepel, de vork en het mes. Ik benoem deze woorden ook voor de kinderen en vraag aan hen ook om de woorden te benoemen.

  • N. benoemd zowel de vork, de lepel als het mes. Hij kan ze ook op de juiste manier sorteren, maar hij wil alles liever in “zijn bakje” stoppen. Hij zegt dan “mijn”. Tellen gaat al aardig goed. Hij telt tot 10 met ons mee.
  • K. kan alles benoemen en sorteren. Tellen is nog wat lastig en vergt nog wat oefenen. Op de beurt wachten is voor K. ook nog moeilijk.
  • F. kan alles netjes benoemen, sorteren en op haar beurt wachten. Ze telt met mij mee tot 15. Na het tellen kan ze ook het telwoord benoemen wanneer ik aan de kinderen vraag “Hoeveel lepels/vorken/messen hebben we?”
  • J.F. kan alles benoemen en sorteren. Hij lijkt het sorteren erg leuk te vinden en nadat hij klaar is gooit hij alles terug in de bak om vervolgens opnieuw te beginnen met sorteren.

Knutselen – placemat – 0 tot 4 jaar

Doel 0 – 2: De baby’s scheuren stroken papier
Doel 2 – 4: De kinderen scheuren plaatjes van eten uit en plakken die op een papier met een leeg bord.

Puk heeft honger en lust wel wat lekkers. Kunnen de kinderen een lekker bordje eten maken voor Puk? Puk laat aan de kinderen zien hoe je het papier moet scheuren. Tijdens het scheuren stel ik eenvoudige vragen; “Wat is dit?” en “Kun je dit eten?” De kinderen plakken het eten op een leeg bord. Dit zal ik vervolgens plastificeren.

  • F. knipt uit wat folders wortelen, brood en ei voor Puk. Ook krijgt hij “perziken sap” volgens F. Daarna kleurt ze het bestek in met stift.
  • J.F. benoemd de vork, het mes en de lepel. Het bord noemt hij yoghurt en de beker noemt hij pannenkoek. J.F. knipt inde folders. We oefenen met het juist vasthouden van de schaar. hij gebruikt zowel zijn rechter als linker hand om te knippen. Hij knipt voornamelijk steeds aan het begin van de pagina, korte stukjes. ik stimuleer hem om door te knippen door het papier voor hem vast te houden en zo te sturen. J.F. kiest brood, fruit, aardbei, een chocolade paashaas, ei, yoghurt (hij noemt het melk) en sinaasappelsap. Bij sommige dingen zegt hij “lekker” en bij sommige “Puk lekker”.
  • K. knipt uit folders lekkers voor Puk. Hij kan het zelf zegt hij en hoeft geen hulp. Hij kiest vlees voor papa en mama. Sla en bessen voor Puk. De chocolade paashaas en brood vindt hij zelf lekker. K. vindt het erg leuk om te knippen. Ook nadat hij klaar is met plakken blijft hij allemaal stukjes knippen uit de folders.
  • N. knipt een beetje en scheurt verschillende dingen uit de folders. hij plakt niet alleen voeding op maar ook random stukjes papier. Nadien nog even kleuren met krijt.

fruit spiesje

Fruit spiesjes maken

Doel 0 – 1,5 jaar: De baby’s ervaren verschillende soorten eten en kiezen wat ze willen “voelen” en eventueel eten.
Doel 1,5 – 2,5 jaar: De kinderen maken, met hulp, een keuze uit verschillende soorten eten en prikken het het eten zelf aan hun spiesje.
Doel 2,5 – 4 jaar: De kinderen maken zelfstandig een keuze uit verschillende soorten eten en prikken dit eten zelf aan hun spiesje.
De kinderen en Puk zitten aan tafel. Wat ligt er op tafel? Dat zijn prikkers. Puk heeft een prikker vast. Hij prikt in zijn handje. “Au, au, die prikker prikt”, zegt Puk. De kinderen mogen voorzichtig ene prikker pakken en voelen. Ik leg de kinderen uit dat we met die prikker een spiesje kunnen maken. Ik pak een stukje appel en doe het op de prikker van Puk en daarna nog komkommer en aardbei. Het spiesje van Puk is klaar. De kinderen mogen ook zelf kiezen wat ze graag op hun spiesje(s) doen.

  • K. gaar enthousiast aan de slag. Hij doet alle soorten op zijn spies. En als het vol is dan maakt hij nog een spies. Het liefst eet hij de komkommer meteen op. Pas als iedereen klaar is gaan we het opeten. K. eet zijn spiezen, maar haalt de aardbei er dan af en laat dat liggen. Het hele bakje met komkommer eet hij verder leeg.
  • F. maakt een spies en doet er zoveel mogelijk op. Puk mag haar spies hebben zegt ze. Zelf wil ze er niet van proeven. Ze eet haar eigen banaan op.
  • J.F. prikt zich aan de spies. Hij draait hem om en schuift alles via de achterkant van de spies (niet te punt) erop. Hij lijkt er wel lol in te hebben. Hij eet het spiesje netjes op en eet daarna het bakje met de aardbeien leeg.

Proefje – Skittles in het water – vanaf 2 jaar

Doel: De kinderen ervaren dat je water kunt kleuren met kleurstof.
Puk heeft snoepjes bij zich. Ze hebben verschillende kleuren. Kunnen de kinderen de kleuren benoemen? Puk legt de snoepjes in een cirkel op een bord. Wat denken de kinderen dat er gebeurd als we er water bij schenken? We schenken een klein laagje water op het bord, zodat alle skittles in het water liggen. Wat gebeurd er? De kinderen kijken aandachtig naar wat er gebeurd.

  • K. wil meteen eten van de snoep, maar dat is nu even niet de bedoeling. Het benoemen van de kleuren blijft lastig. Hij benoemd ze als mijn lievelings (geel) en M. lievelings enz. K. kijkt aandachtig mee wat er gebeurd. Het lijkt wel een regenboog. K. vraagt zich af wat er gebeurd als hij in het water roert. Dus dat mag hij proberen. Alle kleuren gaan door elkaar. Maar daarna wordt het toch weer een regenboog. Aan het eind lekker toch wat snoepen van de snoepjes die inmiddels wit zijn geworden.
  • J.F. kan alle kleuren goed benoemen. Hij kijkt aandachtig mee wat er gebeurd. Hij stopt de snoepjes niet in zijn mond tot ik aangeef dat het wel mag, dan snoept hij lekker mee.
  • F. kan alle kleuren goed benoemen en kijkt vol verwondering naar wat er op het bord gebeurd. F. ziet dat de snoepjes wit worden aan de onderkant. We draaien ze samen om en zo wordt de andere kant ook helemaal wit.
  • N. kijkt mee hoe het water verandert in allerlei kleuren. Natuurlijk gaan er ook een paar snoepjes in de mond nadat hij ziet dat de andere kinderen er van snoepen.

Proefje – Toverbloemen – vanaf 2 jaar

Doel: De kinderen ervaren dat een witte bloem kan verkleuren van gekleurd water.
Puk heeft toverbloemen gekocht bij de bloemen kraam. Willen de kinderen weten waarom het toverbloemen zijn? We vullen om de beurt een glaasje met water. In dat water mogen de kinderen een beetje kleurstof doen. Daar krijgt het water een mooie kleur van. We zetten allemaal een bloem in ons gekleurde water. Nu is het wachten en zien. Na een paar uurtjes zie je echt al een heel verschil in kleur. Aan het einde van de dag neemt ieder kind zijn eigen gekleurde bloem mee naar huis.

  • F. probeert voorzichtig met de gieter water in het glas te doen, ik help haar een beetje. Ze kiest voor de kleur blauw. Aan het eind van de dag ziet de bloem al wel een beetje blauw, maar niet zo duidelijk als de andere kleuren. We laten hem nog een dagje staan. De volgende dag is hij echt helemaal blauw.
  • K. kan netjes zijn glaasje vullen met water. Hij kiest voor de kleur geel. Het verschil tussen geel en wit is natuurlijk niet heel groot, maar je ziet de bloem toch duidelijk verkleuren.
  • J.F. gooit het hele glas vol met water tot dat het helemaal over loopt. Dat poets ik eerst even op en ik gooi wat water uit het glas. J.F. kiest voor de kleur rood. De kleurstof doet hij wel voorzichtig een beetje zelf erin. Aan het einde van de dag is zijn bloem mooi roze geworden.

Puk doet nog een bloem in groen water. Ook doen we één bloem in twee verschillende kleuren water om te zien wat er dan gebeurd. De bloem krijgt twee verschillende kleuren. Erg leuk om te zien. Het verkleuren ging ook erg snel.


Voorlezen – Geit is jarig – 0 tot 4 jaar

Doel 0 tot 1,5 jaar: De baby’s kijken naar de platen in het knieboek.
Doel 1,5 tot 4 jaar: De kinderen reageren op het voorleesverhaal en spelen het verhaal na.
Ik heb een aantal voorwerpen zoals een ei, een pak melk en een emmer. Ik laat de voorwerpen aan de kinderen zien. Weten ze wat het is? We tellen de voorwerpen. Dan lezen we het verhaal samen. Tijdens het voorlezen komen deze voorwerpen ook aan bod. De kinderen bekijken de platen. Ik vraag ze bijvoorbeeld om de appels aan te wijzen. Ik gooi tijdens het voorlezen alles dat opgenoemd wordt in de emmer. Zal geit het lekker vinden? Zodra geit in het verhaal de schuur in komt zingen we het lied “Lang zal ze leven”. We bekijken de gezichten van de dieren op de plaat waarbij ze het “lekkers” opeten. Kunnen de kinderen aan de gezichten zien of dat de dieren het lekker vinden? Na het lezen mogen de kinderen met de materialen spelen.

  • N. benoemt de emmer. Hij zingt mee als we het lied “Lang zal ze leven” zingen. Hij doet zijn handen omhoog bij “hoera!”. Na het lezen eet hij een halve appel op die we tijdens het voorlezen hebben gebruikt.
  • Y. benoemt de melk. Ze voorspelt dat geit het eten lekker zal vinden. Y. doet haar handen omhoog bij “hoera!” terwijl we zingen. Wanneer we erachter komen dat geit het eten wel lekker vind, maar de rest van de dieren niet zeggen de dieren tegen geit dat hij alles mag hebben. Hier moet Y. erg om lachen. Na het lezen eet ze een halve appel op die we tijdens het voorlezen hebben gebruikt.
  • J.F. benoemt de appels en de wortels, deze wijst hij ook aan op de eerste plaat van het verhaal. Hij doet zijn handen omhoog bij “hoera!” terwijl we zingen. Na het lezen eet hij een halve appel op die we tijdens het voorlezen hebben gebruikt.
  • J. wijst de eieren aan op de eerste plaat van het verhaal. Hij doet zijn handen omhoog bij “hoera!” terwijl we zingen. Na het lezen eet hij een halve appel op die we tijdens het voorlezen hebben gebruikt.
  • F. benoemd de eieren en wijst de appels aan op de eerste plaat van het verhaal. Ze voorspelt dat geit het eten lekker zal vinden. F. geeft aan dat zij het eten niet zou willen proeven. Ze doet haar handen omhoog bij “hoera!” terwijl we zingen. Na het lezen mag Puk van F. in de emmer proeven. Puk vindt het niet zo lekker. F. gaat met de emmer en het keukenspeelgoed een soepje maken voor Fleur (de pop).

Afsluiting – Een feestmaal – 0 tot 4 jaar

Doel: De kinderen worden betrokken bij het tafeldekken en nemen deel aan een feestmaaltijd.
Voordat we aan ons feestmaal kunnen beginnen bakken we eerst samen koekjes. We rollen deeg uit met de deegroller en dan mogen de kinderen met uitsteekvormpjes aan de slag. Uiteraard wordt er al wat van het deeg gesnoept. Ieder kind heeft een eigen plekje op de bakplaat. We kijken samen naar de oven hoe de koekjes aan het bakken zijn.

Na het koekjes bakken zijn we een ronde gaan wandelen buiten. We hebben bij de pasgeboren baby geitjes gekeken bij het Withof. Daarna hebben we daar aan een picknicktafel ons feestmaal gegeten. De kinderen hadden hun eigen boterhammetjes mee, ze mochten ieder 1 van hun zelfgebakken koekjes opeten en we hadden voor de liefhebber ook nog komkommer en tomaatjes bij. Natuurlijk zingen we “smakelijk eten” voordat we beginnen. De kinderen eten allemaal eerst hun koekje op. Daarna gaat de rest er ook nog wel in. Lekker smullen allemaal. De koekjes die nog over waren hebben de kinderen mee naar huis gekregen.

In de middag helpen de kinderen Puk met het opruimen van het thema. De knutselwerkjes worden van de deur en de ramen gehaald en kunnen mee naar huis. Al het speelgoed dat bij het thema hoort gaat in de koffer van Puk. We zwaaien Puk samen met zijn koffer uit. Zo is het thema ook werkelijk afgesloten voor de kinderen. Over een paar weekjes komt Puk weer terug met een nieuw thema.

Thema – Eet smakelijk! – april