In het thema “Hatsjoe” is Puk ziek. Hij is verkouden. De kinderen verzorgen Puk, gaan op ziekenbezoek en brengen een bezoek aan de dokter. Gelukkig is Puk aan het einde van het thema weer beter. De nadruk in dit thema ligt op ziek zijn en weer gezond worden.

Introductie – Thema Hatsjoe!

Doel: De kinderen spelen dat ze niezen en hoesten en helpen Puk zijn neus te snuiten.
Puk heeft vandaag een nieuwe kist bij zich. Wat zou daar in zitten? De aandacht van de kinderen is meteen getriggerd. Puk maakt de koffer open en laat zien wat er in zit. Samen halen we de spullen eruit. De kinderen mogen alle spullen bekijken en er mee spelen.
Puk moet niezen. “Hatsjoe!” en hoesten “uche,uche” Puk is een beetje verkouden. Zijn de kinderen wel eens verkouden? Puk heeft een vieze neus, wat doe je dan? De kinderen krijgen een zakdoekje en mogen om de beurt de neus van Puk snuiten. Ik doe het eerst voor. Puk snuit ook zijn eigen neus. Kunnen de kinderen dat ook? En wat doen we met al die vieze zakdoekjes?

Voorlezen – Kleine Leon bij de dokter – 0-4 jaar

Doel: De kinderen kijken en luisteren naar het verhaal.
Kleine Leon gaat met zijn moeder naar de dokter. De dokter gaat hem van top tot teen onderzoeken. De dokter luistert naar Leons hart en kijkt in zijn oren. Leon wordt ook gewogen en gemeten. Dat gaat allemaal prima. Zelfs een prikje is niet zo erg…

Hoek – Lig je goed Puk? – 1,5 tot 4 jaar

Doel: De kinderen ontdekken dat Puk ziek is en zorgen voor hem.
Puk moest kuchen. Wat is er Puk? Ben je nog ziek? “Ja”, zei Puk. Hij wil graag gaan slapen. Y. en Bo. dekken samen het bed op en stoppen Puk in. Ik zing een liedje voor Puk. Samen verzorgen we hem.

Liedje – Dit zijn mijn wangetjes – 0 tot 1,5 jaar

Doel: De kinderen luisteren naar een liedje en doen gezichten na.
Ik heb het volgende liedje gezongen voor de kinderen;

Dit zijn mijn wangetjes en dit is mijn kin.
Dit is mijn mondje met tandjes/tutje erin.
Dit zijn mijn oren, mijn ogen, mijn haar.
Dit is mijn neusje en nu ben ik klaar!

Ik heb het in de kring/groep gezongen en dan wees ik alle woorden bij mijzelf aan. Ook heb ik individueel met de kinderen gezeten en dan wees ik alles bij het kind aan.

Knutselen – Een kaart voor Puk – 2 tot 4 jaar

Doel: De kinderen tekenen een kaart voor Puk en doen de kaart in de brievenbus.
Puk is nog steeds ziek en ligt in bed. Puk heeft van zijn broer Ko een mooie kaart gekregen. De kaart is met de post gebracht. Samen met de kinderen bekijk ik de kaart. Er zit een postzegel op. Wat heeft Ko op de kaart getekend? Willen de kinderen weten wat er op de kaart geschreven staat? Ko wenst Puk beterschap!Hij hoopt dat Puk snel beter is dan kunnen ze weer samen gaan spelen.

                                                                            

Spel – Pleisters plakken – 1,5 tot 4 jaar

Doel: De kinderen plakken een pleister op de zere knie van Puk en kijken naar de pleisters op verschillende lichaamsdelen.
Puk wil graag met de kinderen spelen. Ze spelen pakkertje. Bo. rent achter Puk aan. Puk valt op de grond en moet huilen. Hij heeft pijn aan zijn knie. Wat moeten we nu doen? Y. zegt; “Y. een idee!”. Terwijl ze een vingertje in de lucht steekt. Ze pakt een pleister van tafel en wil deze opplakken. Wat een goed idee.

Hoek – naar de dokter – 1,5 tot 2,5 jaar

Doel: De kinderen spelen doktertje met Puk.
Ik hing de meetlat op en pakte Puk. Kom Puk het is tijd om naar de dokter te gaan. De aandacht van de kinderen was meteen getrokken. Puk werd eerst gemeten en toen gewogen. De dokter luistert naar het hart en Puk kreeg ook een prik. De kinderen mochten Puk om de beurt ook onderzoeken.

                  

Bewegen – Op de plaats rust – 1,5 tot 4 jaar

Doel: De kinderen doen liggende houdingen na en luisteren naar muziek.
Op een rustig muziekje gaan we op de grond liggen. Ik doe het voor en de kinderen moeten het nadoen. We proberen heel stil te liggen. Ook draaien we van de rug naar de buik en naar onze zij.

Eten en drinken – Een fruitmand – 1,5 tot 2,5 jaar

Doel: De kinderen kiezen fruit voor in de fruitmand en delen het fruit uit.
Puk is nog steeds ziek. Hij ligt nog in bed en wij moeten goed voor hem zorgen. Ik stel voor om een fruitmand te maken voor Puk. Daar wordt hij vast snel beter van. Wat is goed voor je als je ziek bent en wat niet? Dat is de vraag. De kinderen mogen iets van tafel pakken, het bekijken, voelen en er mee spelen. Ik vraag “Wat heb je vast?”, “Is dat goed voor je?” of “Hoe heet dat?”Zo benoemen we alle voorwerpen. Dan vraag ik “Is dat goed voor je als je ziek bent?” Alles wat goed is mag in de fruitmand voor Puk.

   

Afsluiting – Weer beter – 0 tot 4 jaar

Doel: De kinderen spelen “dokter” en zijn blij dat Puk weer beter is.
Puk mocht weer uit bed van Y. Daar had ze het gisteren ook al over. Ik vroeg aan Puk hoe hij zich voelde. Puk voelt zich wel goed. We gingen hem als echte dokters maar eens onderzoeken met de dokterskoffer. De temperatuur van Puk werd veelvuldig gecontroleerd, ze luisterde naar het hart van Puk en zijn reflexen werden getest. Conclusie Puk is weer beter! Dan mag Puk lekker uit bed, zijn pyjama uit en de gewone kleren weer aan.

Rollenspel

Tijdens dit thema kunnen de kinderen veel met de dokterskoffer en de doktersspullen spelen. De poppen onderzoeken, soms Puk of soms elkaar. Het is leuk om te zien dat er spontaan spel ontstaat bij de kinderen. Dit stimuleer ik dan ook. De kinderen mogen de spullen van de thema tafel altijd pakken om mee te spelen.

(Voor)lezen

We lezen samen boeken die te maken hebben met het thema.