Voor we met dit thema zijn gestart heb ik alle ouders gevraagd om afval te verzamelen en aan de kinderen mee te geven. Daar hebben de ouders massaal gehoor aan gegeven. Het ene kind nam nog meer mee dan het andere. Dat was super leuk! Hier hebben we tijdens dit thema echt enorm veel aan gehad. Bij verschillende activiteiten hebben we al het meegenomen materiaal gebruikt.

Introductie – Puk ruimt op – 0 tot 4 jaar

Doel: De kinderen maken kennis met het onderwerp van het nieuwe thema; Puk ruimt op.
Puk heeft een vuilniszak bij zich. Wat is dat? Wat zit daar in? We gooien de zak om en bekijken wat er allemaal in zit. We benoemen alle voorwerpen en sorteren het. F. benoemd de vuilniszak. Ze vertelt dat ze het vuilnis altijd wegbrengt met opa en dat ze naar de bakker gaan. Ze kan het vuilnis/ de verpakkingen benoemen en weet het verschil tussen plastic en karton. De verschillende materialen maken verschillende geluiden we testen het uit door er op te tikken. Met de knijper probeert F. het afval te pakken en weer in de vuilniszak te doen. Daarna openen we de koffer van Puk en spelen met de spullen die we daarin tegenkomen. J. is meteen geïnteresseerd in de vuilniswagens en speelt er de hele tijd mee.
We bekijken het introductie filmpje dat bij dit thema hoort.


Spel – Wat hoort waar? – 2 tot 4 jaar

Doel: De kinderen leren wat in de natuur hoort en wat in de afvalbak.
Puk heeft een steentje gevonden buiten en gooit hem in de afvalbak. Moet je steentjes in de afvalbak gooien of mogen ze ook in de natuur blijven? We hebben verschillende plaatjes en bekijken wat er op staat. Kunnen de kinderen aan Puk vertellen wat je op moet ruimen en wat je mag laten liggen in de natuur? We sorteren de plaatjes.

  • K. kan precies benoemen wat afval is en dus in de prullenbak hoort en wat er in de natuur mag blijven. Bij het buitenspelen merk ik nu ook dat K. dit verschil benoemt en dus alleen nog speelt met natuurlijk materiaal.
  • F. kan precies benoemen wat we op de plaatjes zien en of het afval is of materiaal dat wel in de natuur mag blijven. Alles dat afval is noemt F. “plastic”.

Sensomotorische activiteit – Spelen met “afval” – vanaf 1 jaar

In een grote bak maken we een soort zandbak. In plaatst van zand zitten er boekweitdoppen in. De kinderen zijn heel erg enthousiast. De boekweitdoppen voelen zacht. Behalve als we erop gaan staan, dan prikt het.

  • N. vult bakjes en gooit er dan mee. Het wordt een grote kliederboel. “o ow” zegt hij dan.
  • J.F. zegt steeds “leuk hè”. Hij speelt met de vuilniswagen en benoemt deze ook. Hij raakt niet uitgespeeld.
  • T. vermaakt zich met de bakjes. Hij doet ze in elkaar en weer uit elkaar. Hij voelt aan de boekweitdoppen, kijkt dan naar zijn hand en trekt er een gezicht bij alsof hij wil zeggen dat het gek aanvoelt.
  • F. bouwt een berg. Ze vult de vuilnisbak en de vuilniswagen. Ze wil graag een vuilnisman (poppetje) en vuilnisbak. ze wil graag dat ik met hen mee doe.
  • Y. bekijkt de vuilnisbakken en benoemd welk afval erin moet. Ze laat de boekweitdoppen regenen. Ze speelt even mee en houd het dan voorgezien.

Knutselen – kunstwerk van afval – vanaf 1 jaar

Alle ouders hebben de kinderen kosteloosmateriaal mee gegeven. Allerlei doosjes, bakjes, karton en doppen. Met al deze mooie materialen maken de kinderen een kunstwerk. Naast het “afval” dat de kinderen mee hadden genomen hebben we nog scharen en lijm gebruikt. Gelukkig had 1 van de kinderen een hele grote doos meegenomen dat we daar onze ondergrond uit konden halen. Afval hoeft dus niet altijd perse meteen in de prullenbak te belanden, je kunt er ook nog leuke dingen mee maken.

  • N. speelt met de lijm. Hij gaat er met zijn vingers doorheen en dan blijven de vingers aan elkaar plakken en ook de knopen blijven aan zijn vingers plakken. N. benoemd de knoop. Hij pakt verschillende materialen en plakt ze op en haalt het er ook weer vanaf en doet er ook weer wat terug op. Hij speelt lekker met al het materiaal en het resultaat is erg leuk geworden.
  • J. wil graag meedoen. Hij pakt meteen uit alle bakjes van alles. Ook deelt hij materialen met J.F. en met N. Hij benoemd N. ok bij naam. Zodra N. aangeeft klaar te zijn met zijn werkje dan is J. er ook klaar mee.
  • J.F. kiest allerlei verschillende materialen. Hij heeft steeds meer lijm nodig om alles over elkaar heen te kunnen plakken.
  • K. kiest eerst een aantal materialen uit die hij mooi vind om op te plakken. Daarna gaat hij vooral op ontdekking met knippen. Hij probeert uit in welk materiaal hij wel en niet kan knippen met de schaar. Knippen in papier en karton lukte wel. Knippen in hard plastic, knopen en blik lukte hem niet. K. vermaakt zich heel erg met het knippen en het plakken werd wat minder belangrijk.
  • F. gebruikt veel lijm en kiest verschillende materialen. Ze wil graag knippen met de schaar.

Ontdekken – bezoek aan afvalcontainers – 0 tot 4 jaar:

Doel 0 tot 2 jaar: De kinderen zien verschillende afvalcontainers.
Doel 2 tot 4 jaar: De kinderen zien verschillende afvalcontainers en gooien afval weg in de juiste container.
Tijdens dit thema zijn we meermaals naar buiten gegaan om allerlei verschillende soorten afval weg te brengen. Zo leren de kinderen waar al die verschillende bakken voor zijn. Als je alles goed sorteert dan kan het gerecycled worden. De kinderen vinden het ook nog eens leuk om het afval weg te brengen.


Knutselen – kleurplaat kleuren- 0 tot 4 jaar

De kinderen kunnen kiezen uit verschillende kleurplaten bij dit thema. Wat zien we allemaal op de kleurplaat? Welke kleuren gebruiken de kinderen? De platen bieden gespreksstof om met de kinderen in gesprek te gaan over het opruimen van de buurt. Heerlijk ontspannen kleuren en kletsen.

  • K. oefent met de kleuren. Soms pakt hij de goede kleur als ik vraag “Welk krijtje is groen?” Maar vaak gaat het ook nog mis. Zelf kleuren benoemen blijft lastig. Hij is wel lekker aan het kleuren op zijn kleurplaat.
  • F. kan de kleuren zowel in het Nederlands als in het Engels benoemen. Kleuren doet ze krassend en niet echt doelgericht. Ik vraag haar ook geregeld of ze nog andere kleuren wil gebruiken, want anders wordt de kleurplaat één kleur.
  • T. is lekker aan het ontdekken met de krijtjes. Hij heeft ze graag in zijn hand en was enthousiast bezig. Er komt nog niet veel kleur op het papier.

Hoeken – Spelen met vuilniswagen en containers – 0 tot 4 jaar

Doel 0 tot 2 jaar: De kinderen spelen met de materialen.
Doel 2 tot 4 jaar: De kinderen spelen met de materialen en sorteren het afval in de juiste bakken.
Het speelgoed van de thematafel is vrij beschikbaar voor de kinderen om mee te spelen. Ze kunnen hier hun eigen fantasie in kwijt. Ook zal ik wel begeleid spelen met de kinderen om het sorteerspel samen te doen. Puk wil graag weten in welke bak dat afval allemaal moet. Kunnen de kinderen aan Puk laten zien waar al dat afval gelaten moet worden? Hoort een krant bij het plastic, GFT, glas, papier of restafval? We bekijken de kaartjes samen en sorteren samen.

  • F. kan al aardig veel van de symbolen die op de prullenbakken zitten uitleggen. Samen sorteren we het afval in de juiste bak. Plastic, papier en glas weet F. prima te scheiden. Bij het GFT afval helpt Puk een handje. En alles dat over is gaat bij het restafval. Als alles erin zit dan gaat F. de prullenbakken ophalen met de vuilniswagen en rijdt ze naar de recyclefabriek. Dat klusje hebben Puk en F. mooi geklaard.

Voorlezen – 0 tot 4 jaar

We hebben alle boeken minstens één keer gelezen. Het boek over de vuilnisvarkens viel het meest in de smaak. Die hebben we zo vaak gelezen dat de kinderen die aan het einde wel uit hun hoofd kenden.


Spel – Wat is er weg? – vanaf 2 jaar

Doel: De kinderen raden welk voorwerp er verdwenen is.
Puk heeft vijf voorwerpen gekozen uit het “afval” dat de kinderen mee hebben genomen om samen een verstopspel te spelen. We bekijken de voorwerpen samen. Wat is het allemaal? Als het voor iedereen duidelijk is hoe de voorwerpen heten dan gaan we het spel spelen. Puk doet een doek over de voorwerpen, de kinderen sluiten hun ogen, Puk haalt 1 van de voorwerpen weg en dan mogen de kinderen hun ogen weer openen. De kinderen halen de doek van de voorwerpen en proberen te raden wat er niet meer tussen ligt.

  • F. heeft dit spel op twee verschillende dagen gespeeld. De eerste keer kwam ze weinig op het goede antwoord. Ze wilde wel zelf voorwerpen weghalen en dan moesten Puk en ik raden. De tweede keer dat we het spel hebben gespeeld, was met een groepje kinderen. Dit ging haar beter af. Ze dacht even na en kwam iedere keer met het goede antwoord.
  • J. en T. zitten erbij en kijken met ons mee terwijl wij het spel spelen.
  • N. voelt aan alle voorwerpen. Het plasticflesje maakt geluid, het doosje kan open. Hij doet zijn ogen meteen dicht en pas open als Puk het zegt. Hij trekt de doek eraf en voelt meteen weer overal aan. Hij doet enthousiast mee.
  • J.F. doet N. na. Met ogen dicht doen doe ik de eerste paar keer mijn hand voor zijn ogen. Daarna lijkt hij het te begrijpen en doet hij zelf zijn handen voor de ogen.

Spel – muziekinstrumenten – 0 tot 4 jaar

Doel: De kinderen luisteren naar de verschillende klanken die het verschillende materiaal maakt.
Met verschillende potjes en bakjes die de kinderen hebben meegenomen maken we samen met kosteloos materiaal muziekinstrumenten. Puk zet al het verschillende materiaal op tafel. We hebben rijst, pasta en boekweitdoppen en natuurlijk alle potjes. K. kwam al meteen met het idee om rijst in een potje te doen en er dan mee te schudden. Deze activiteit vergde dus geen uitleg en de kinderen kwamen meteen tot spel. We vullen alles met ander materiaal en dat klinkt dan ook weer allemaal anders.

  • K. vind duidelijk de rijst het leukst. Hij heeft een potje gekozen en noemt dit dan ook zijn potje. Hij komt op het idee om verschillende materialen met elkaar te mengen. Dat klinkt ook weer anders.
  • F. kan goed luisteren en vertellen wat er hard en wat er zacht klinkt. Ze trommelt met een lepel op haar bakje. Nadat K. alles gemengd heeft wil F. toch eigenlijk haar bakje weer alleen met boekweitdoppen gevuld hebben zoals het was. Dus gaat ze de rijst en pasta ertussenuit sorteren. Het was een heel werkje, maar het is haar wel gelukt. Daarna mocht K. niet meer aan haar bakje zitten.
  • N. helpt graag met het vullen van de bakjes. Dat we de bakjes dicht doen om er mee te schudden vindt N. niet leuk. Hij speelt liever met de lepel en geeft Puk te eten.

Uiteindelijk zijn de kinderen lekker aan het spelen met de verschillende materialen, lepels en bakjes. Ze vermaken zich prima. Deze activiteit was een duidelijk voorbeeld van kijken en luisteren waar de kinderen behoefte aan hebben en hen het spel laten leiden. Ik had een doel voor ogen en daar hebben we een klein beetje aan gewerkt, maar de kinderen hadden zelf ook duidelijk voor ogen wat ze graag wilden doen, dan pas ik mij aan. De kinderen hebben alle ruimte gekregen om lekker te spelen met de materialen zoals zij zelf wilden. Nadien helpen ze ook nog met opruimen.


Afsluiting thema – opschoonactie – 0 tot 4 jaar

Doel 0 tot 2 jaar: De kinderen kijken hoe, wat en waar we afval opruimen.
Doel 2 tot 4 jaar: De kinderen ruimen het afval uit de wijk op zodat ze in een schone buurt kunnen buitenspelen.

Nu de kinderen alles weten over afval en afval scheiden gaan we de wijk in om eens flink op te ruimen. We nemen daarvoor vuilniszakken, handschoenen en afvalgrijpers mee. Wat vinden we zoal onderweg?

  • K. heeft oog voor het afval en verzameld het razend snel. Het verschil tussen afval en natuur weet hij nu heel erg goed, alleen afval gaat in de zak. In de speeltuin aangekomen stelt K. voor om de zak met afval in de vuilnisbak te doen, net zoals het afvallied dat we al weken luisteren. “Doe maar in de vuilniszak, stop maar in de prullenbak”
  • N. vindt het erg leuk om naar buiten te gaan en loopt vrolijk mee. Hij wil ook graag een handschoen aan en een afvalknijper dragen. Hij loopt achter de andere kinderen aan. Zodra hij een poes ziet laat hij de afvalknijper vallen en gaat achter de poes aan. Na een tijdje doet hij ook de handschoen uit.
  • F. heeft een goed oog voor afval en ruimt goed op. Soms is het lastig om met de afvalknijper iets te pakken, maar door de speciale handschoenen kan ze het dan ook met haar handen pakken. Over het afval opruimen zegt F.: “We gaan recyclen”.
  • J. zegt “ook, ook”. Hij wil graag net als de rest ook met de vuilknijper aan de slag. Samen met mij lukt het dan ook om afval op te rapen met de afvalknijper. Alles gaat in de vuilniszak.
  • J.F. doet enthousiast mee. Het is een aantal keren oefenen samen, maar daarna lukt het J.F. om het afval ook zelf met de afvalknijper te pakken. Hij ziet goed het verschil tussen afval en materialen die wel in de natuur mogen blijven zoals de blaadjes van de boom.

We ruimen veel afval op uit de voortuinen van mensen. Er komen best veel mensen naar buiten om te kijken wat we aan het doen zijn. Zodra ze zien dat we opruimen moedigen ze het alleen maar aan. Er wordt redelijk veel gezegd “Jullie zijn goed bezig”.

Thema – Puk ruimt op – februari/maart