Introductie – Thema verkeer – 0 tot 4 jaar

Doel: De kinderen maken kennis met het nieuwe thema.
Puk heeft een kist met een heleboel spullen mee genomen. Bij binnenkomst ziet K. Puk en de koffer meteen. “Wat zit daar in?, vraagt hij. Het liefst trekt K. de koffer meteen open, maar we wachten even tot iedereen er is. Dan pakken K. en J.F. samen de de spullen uit de koffer. We bekijken en benoemen wat we zien. Misschien willen de kinderen al ergens mee spelen of samen een boekje lezen. Het nieuwe thema gaat over verkeer en alle voertuigen.

  • K. geeft de verkeersborden aan mij en zelf bekijkt hij de woordkaartjes. “de zelfde” roept hij bij twee plaatjes van een auto. Daarna gaat hij spelen met de wegdelen en de auto’s. De verkeersborden mogen van K. op de thematafel. Samen met mij zet hij wat spullen op tafel.
  • J.F. wacht op toestemming voordat hij iets uit de koffer haalt. Dan haalt hij de auto’s eruit en zet ze één voor één op de salontafel. Hij speelt met de ambulance en politieauto, die maken beide geluid.
  • H. kijkt mee met de jongen terwijl we alles uitpakken. Ik benoem voor haar wat ze allemaal ziet.

K. en J.F. spelen en bouwen samen met de trein(baan) en auto(weg). Ik vraag hen te benoemen wat ze allemaal zien.


Voorlezen – Stoeprand… stop – 0 tot 4 jaar

We bekijken de voorkant van het boek, wat zien we? Een kindje en waar staat dat kindje? Op de stoep of op de straat? Daarna lezen we het boek. Het gaat over een kind dat vind dat hij alleen op straat kan, omdat het niet rent op de stoep en over straat. Het kind stopt netjes bij de stoeprand en kijkt dan of er geen auto’s aankomen. Rennen doet het kind alleen op het grasveld, want daar komen geen auto’s.

  • M.M. reageert op vragen als “Waarom mag je niet rennen op de stoep?” met het antwoord “als daarom niet. ” Bij de pagina’s met de auto’s zegt ze “dan ben je plat”. Ze doet het geschrokken gezicht van het kindje na en doet verder goed mee tijdens het lezen.
  • Y. zegt dat ze niet rent op de stoep, omdat het van mama en papa niet mag. Ze vraagt waarom je niet over het zebrapad mag rennen met oversteken. Wat en goede vraag van haar, hier praten we samen over. Y. doet mee als we in het verhaal naar links en rechts kijken voor het oversteken.

Spel – wereldspelmateriaal – 0 tot 4 jaar

Met de materialen uit de verkeerskist maken we een soort stad. We gebruiken daarbij ook de treinbaan om er omheen te leggen en wat poppetjes en nog wat blokken om huizen van de maken. Zo wordt al het materiaal met elkaar gecombineerd om iets moois te bouwen waar de kinderen uitgebreid mee spelen. We spelen dat de mensen oversteken bij het zebrapad. De poes keek niet goed uit en een auto reed er tegenaan. De ambulance kwam de poes halen en bracht hem naar het ziekenhuis.

  • J. gooit alles om met zijn knuffel. M.M. zegt tegen hem “Dat moet je niet doen, dat vindt Tamara niet leuk.” We leggen de knuffel van J. even apart en zo kan hij er ook gezellig bij zitten om mee te spelen met de auto’s.
  • J.F. speelt met de trein die om de stad heen rijd.
  • M.M. speelt met de trein die over de brug gaat. Ze wil graag in het midden gaan zitten en dat mag natuurlijk.
  • Y. gaat ook in het midden zitten. Met de ambulance haalt ze nog een poppetje op dat naar het ziekenhuis moet volgens haar. Ze brengt het poppetje naar de lego primo blokken waar ook de poes heen is gebracht. Na een tijdje spelen is Y. er wel klaar mee en zegt ze dat ze alles om gaat gooien, maar dat vinden we niet leuk. Ze mag best iets anders gaan doen, maar de andere kinderen spelen graag nog verder.

De kinderen kunnen zich hier lang mee vermaken. Allerlei rollenspellen komen voorbij en verschillende verkeerssituaties worden besproken.


Spel – pittenzakjes gooien – vanaf 2 jaar

Doel: De kinderen gooien/leggen het pittenzakje op de juiste kleur in het stoplicht.
Puk heeft zin in een spelletje. Het stoplicht bestaat uit de kleuren rood, oranje/geel en groen. We hebben pittenzakjes in de zelfde kleuren. Met pittenzakjes gooien we naar het stoplicht. Lukt het Puk om de pittenzakjes op de juiste kleur te gooien? Kunnen de kinderen dat ook? Voor kinderen wie gooien nog moeilijk is mogen ze ook de juiste kleur bij elkaar sorteren door het pittenzakje op de juiste kleur te leggen.

  • M.M. benoemd de kleur groen en geel. Bij rood matcht ze de pittenzak aan het rood van het stoplicht. Ze gooit onderhand en de pittenzak eindigt redelijk dicht bij dus ze zet wat stapjes naar voren en gooit dan redelijk vaak raak.
  • F. benoemt alle kleuren. Ze gooit bovenhands en de zakjes landen behoorlijk ver over het stoplicht. Ze legt de zakjes na het gooien netjes op de juiste kleur. Ze heeft zelf ook een spel idee. Ze wil samen tegelijk gooien en dan mag ik aan de ene kant zitten van het stoplicht en zij zelf aan de andere kant. Dat ging ook prima zo. Alle zakjes die mis zijn legt ze netjes op de juiste plek.
  • N. lijkt het gooien met de zakjes leuk te vinden. Hij gooit en gooit en moet er flink bij lachen. Af en toe komt een pittenzak per toeval op het juiste vak terecht (N. mikt nog niet echt op het stoplicht) en dan gaan we klappen en zeggen “goed zo!”. Dat vindt hij helemaal geweldig.
  • K. kan de ene keer de kleuren goed benoemen en dan gaat het toch weer mis. Geen idee hoe het komt. Maar hij kan wel precies aan geven bij welke kleur van het stoplicht je moet stoppen en wanneer je mag door rijden. K. zit terwijl hij de zakjes op de juiste plek probeert te gooien, soms lukt het en soms niet. Als het niet lukt dat legt hij ze goed. K. heeft nog een idee. We kunnen ook spullen zoeken met de kleur groen, rood of geel en die dan op het stoplicht leggen. Zo zijn we kleuren aan het sorteren.

De kinderen hebben er veel plezier in en kunnen er lang mee spelen. Leuk om te zien dat ze zelf ook spelideeën in brengen.


Voorlezen – Piep wil oversteken – 0 tot 4 jaar

Tijdens het fruit eten lezen we het boek “Piep wil oversteken”. Bij iedere pagina vraag ik aan de kinderen of Pipe mag oversteken. Ook benoemen we welk voertuigen we op de verschillende pagina’s zien.

  • F. doet enthousiast mee. Ze weet precies wanneer je met wachten en wanneer je mag oversteken. Ze benoemd voertuigen zoals de vrachtwagen. De tractor noemt ze een grasmaaier. Wanneer Piep oversteek ziet ze meteen dat de knuffelbeer van Piep valt. Het benoemen van de kleuren gaat goed.
  • M.M. weet goed te vertellen wanneer je moet stoppen en wanneer je mag “rijden”. Het benoemen van de kleuren blijft lastig.
  • K. kan vertellen bij welke kleur je stopt en bij welke kleur je over mag steken. Hij doet enthousiast mee en benoemt verschillende voertuigen zoals de brandweer en tractor.
  • N. kijkt mee, hij wijst steeds naar het boek en lacht tijdens het lezen.

Ontdekken – verkeer in de wijk – 0 tot 4 jaar

Doel: De kinderen weten hoe ze veilig oversteken (Op welke plek en hoe ze moeten kijken).

We zijn deze week een ronde gaan wandelen zonder de bolderwagen. De kinderen mochten zelf lopen om te oefenen met oversteken. Ik moet zeggen dat ik dit best spannend vond, omdat het toch extra opletten is en de kinderen echt goed moeten luisteren. Er kunnen maar twee kinderen tegelijk een handje geven aan mij. Gelukkig luisteren de meeste kinderen heel erg goed. En wat konden ze een grote ronde lopen zeg. Nadat we naar het stoplicht waren gewandeld zijn we nog naar de speeltuin gelopen en hebben de kinderen in de speeltuin gespeeld. Daarna natuurlijk nog naar huis wandelen. De kinderen waren na deze ochtend allemaal erg moe.

  • M.M. stopt netjes bij iedere stoeprand en kijkt goed links en rechts om te zien of er auto’s aankomen. Als we fietspad tegenkomen zonder een straat ertussen dan moet ik haar er wel op wijzen dat we ook nu eerst moeten kijken voordat we oversteken. Bij het stoplicht steekt ze als enige niet mee over toen het groen was. Op het moment dat het groen was en we dat allemaal luidkeels constateerde keek M.M. ook nog steeds om zich heen en ze zag een auto aan komen rijden (die wel stopte voor zijn rode licht), daarom stopte ze en stak ze niet mee over. Ze bleef heel rustig en zei “Ik druk gewoon nog een keer op het knopje”. Helemaal prima natuurlijk dat ze bleef wachten en niet klakkeloos achter de groep aanliep, altijd voor jezelf blijven denken. Al vonden zowel ik als de gestopte automobilist het wel spannend. Toen het stoplicht weer op groen ging en de auto nog steeds stil stond, stak M.M. wel over en kwam ze dus naar ons toe. We hebben samen nog even gekeken naar het stoplicht. Zien de kinderen dat wij als voetganger een stoplicht hebben en de auto heeft ook een stoplicht. Als wij groen hebben gaat als het goed is het licht voor de auto op rood en zal de auto stoppen.
  • N. heeft de hele ronde ook zelf gelopen terwijl hij mijn hand vast houd. Hij krijgt op deze manier mee dat we kijken voordat we oversteken. Bij de grote rotonde en het stoplicht draag ik hem, omdat ik er zeker van wil zijn dat hij niet valt tijdens het oversteken.
  • K. kijkt nergens naar en moet mijn hand wel vasthouden, want anders loopt hij zo de straat op. Hij is een grote jongen en lijkt het niet helemaal leuk te vinden dat hij mijn hand moet blijven vasthouden, maar veiligheid gaat voor. Het drukken op het knopje bij het stoplicht lijkt hij erg leuk te vinden. Wanneer we van de speeltuin via het toernooiveld terug naar huis lopen kan K. lopen zonder mijn hand vast te houden, deze straat is namelijk erg rustig en overzichtelijk. We moeten bij veel stoepranden stoppen en dat gaat goed. Nu nog goed leren kijken naar links en rechts.
  • F. roept zodra we bij een stoeprand komen heel hard “stop!” en ze steekt daarbij haar handen wijd uit om iedereen tegen te houden. Ze kijkt goed mee naar links, rechts en weer naar links voordat ze laat weten of we over kunnen steken. Wat kan ze dit allemaal al goed zeg! Erg handig om haar bij te hebben, de kinderen luisteren goed naar haar.
week 40 -28 september t/m 2 oktober