Knutselen – Verven autosporen – 0 tot 4 jaar

Puk heeft zin om samen met de kinderen met de auto’s te rijden. Iedereen heeft wel een ander soort auto. De auto van Puk heeft vier wielen en die van de kinderen? De andere auto’s hebben ook allemaal vier wielen, maar de wielen zien er niet allemaal het zelfde uit. Puk wil graag met de auto’s door de verf rijden, zo zie je de verschillende bandensporen goed. Daar hebben de kinderen ook wel zin in. Op de grond leggen we een lang stuk papier en we doen er lekker wat verder op. Dan samen kliederen en rijden met die auto’s.

  • H. kijkt eerst even naar de rest. Dan pakt ze een auto die in de verf stond. Ze bekijkt de auto en de verf, ze speelt met de verf. Het is goed dat haar kleertjes uit waren, want ze werd goed vies van alle verf. Ze heeft heerlijk kunnen ontdekken.
  • F. lijkt het erg leuk te vinden. Ze smeert de verf goed uit met de auto. Haar auto heeft effen banden en laat niet echt een spoor achter. Ze vraagt al snel om meer verf. Heerlijk aan het spelen met J. en ze maakt “vroem, vroem” geluiden.
  • J. gaat aan de slag met de monstertruck. Deze heeft grote wielen en ze maken een mooi spoor in de verf. Hij benoemd alle kleuren van de verf en vraagt om extra blauw en extra groen. Het is maar goed dat zijn broek uit was, want heel zijn benen en voeten zitten onder de verf. Hij heeft het zichtbaar naar zijn zin.

Voorlezen – Kaatje op de fiets – 0 tot 4 jaar

Het boekje gaat over leren fietsen in het verkeer. Kaatje heeft een fiets met zijwieltjes en mag over de stoep fietsen met papa om naar oma te gaan. Ze moeten wel goed uitkijken als ze de straat oversteken.

  • J.F. kijkt en luistert mee terwijl hij zijn fruit op eet.
  • F. geeft aan dat ze ook een fiets heeft, zonder zijwieltjes maar wel een een stoeltje voor de pop. Bij het rode stoplicht zegt ze dat je moet stoppen en bij groen wegrijden. Ze doet enthousiast mee. Ze vindt de helm mooi, want hij is blauw, haar lievelingskleur.
  • H. en J. zitten in de kinderstoel aan tafel en kunnen mee kijken naar het verhaal.
  • Y. vertelt dat ze ook een fiets heeft maar niet met roze zijwieltjes, die van haar zijn zwart. Ze doet goed mee en wijst veel aan in het boek. Bij het rode stoplicht zegt ze “stop” en bij het groene licht zegt ze “rijden”.

Spel – rijden, rijden, rijden – vanaf 2 jaar

Doel: De kinderen kunnen de eigen bewegingsbaan stoppen.

Buiten spelen we met de verschillende fietsjes en de step. Als ik zeg “Het is rood, stop!” dan moeten de kinderen stoppen en als ik zeg “Het is groen, rijden maar.” dan mogen ze weer verder rijden. De kinderen hebben het zonder uitleg meteen door en doen goed mee. We gaan ook slalommen met die zelfde fietsjes. Dat is soms wel wat moeilijk en natuurlijk moet je uitkijken voor elkaar.

  • J.F. zit op de driewieler fiets. Hij stopt als ik stop zeg. Hij staat dan vlot stil. Rijden doet hij dan pas weer als ik aan geef dat het mag. Hij doet goed mee. Bij het slalommen gaat hij in een nette rechte streep langs de pylonen. Wanneer ik hem help met sturen dan gaat hij slalommend om de pylonen heen.
  • F. wil met de step en met de loopfiets. Ze kan netjes met Y. overleggen om samen te wisselen van fiets. F. Staat meteen stil als ze het woord rood hoort en gaat weer rijden zodra ze het woord groen hoort. Ze weet zelf ook nog een spel. Ik mag oversteken als ik goed kijk en de kinderen rijden dan voer de “weg”. Wanneer ik oversteek zonder te kijken spreekt F. mij hier op aan. Ze lijkt er veel lol in te hebben en de andere kinderen ook. Het slalommen daarna gaat haar ook goed af en ze is er erg vlot mee.
  • Y. stopt als ze het woord rood hoort en gaat weer rijden zodra ze het woord groen hoort. Ze heeft zichtbaar plezier. Ze zit het liefst op de loopfiets, maar wisselt soms met F. op de step. Dat gaat haar beide prima af, ook bij het slalommen.

Praatplaat Oversteken – vanaf 2 jaar

Bij onderstaande praatplaat hoort een verhaal over Dave en Mike die met hun moeder naar de winkel gaan, voordat ze bij de winkel zijn moeten ze eerst oversteken. Mike gaat zonder te kijken de straat op en dat terwijl het stoplicht rood is. Kunnen de kinderen vertellen hoe het wel moet?

  • K. zegt dat je moet lopen (in tegenstelling tot rennen) als je oversteekt en hij doet het even voor ons voor. K. kan het verhaal redelijk goed na vertellen aan de hand van de praatplaat. Hij merkt ook op dat je niet alleen op de auto moet letten maar ook op de motor.
  • F. geeft aan dat de jongens goed moeten kijken en dat het stoplicht op rood staat. Ze ziet ook dat er een bal de straat op rolt en dat de hond al aan de overkant is. Ze haalt het grote speelgoed stoplicht erbij en demonstreert aan ons wanneer je wel mag oversteken.
  • J.F. en N. zitten er gezellig bij en wijzen van alles aan op de praatplaat. We praten over wat ze zien. J.F. benoemd de mama en de auto en wijst naar de motor. N. wijst naar de auto en zegt dan “bal”. Wanneer ik zeg; “Waar is de bal?” wijst hij wel de bal aan.

We bekijken samen alles op de plaat en benoemen wie het goed doet en wie niet en natuurlijk waarom.


Voorlezen – Tim op de tegels – 0 tot 4 jaar

Een erg leuk boek met veel herhaling erin en dat spreekt kinderen aan. ‘Wel op de stoeptegels blijven, hè,’ zei Tims vader. ‘Waarom?’ vroeg Tim. ‘Omdat het gevaarlijk is om van de tegels te gaan,’ zei zijn vader. Daar draait het om in dit boek en er komen toch aardig wat gevaarlijke situaties voorbij. Grappig om te lezen en te bekijken, want de platen zorgen ook voor voldoende gespreksstof.

  • N. wijst in het boek steeds naar Tim. Ook de vader van Tim wijst hij veel aan. Alsof hij ze beide steeds zoekt op de bladzijdes. N. doet actief mee bij het voorlezen.
  • F. vindt dat de vader van Tim niet veilig doet, hij blijft immers niet op de stoep. De vader van Tim gaat met de step over de straat tussen de auto’s, ze weet te vertellen dat dit niet veilig is. Of Tim wel veilig doet vindt ze lastig merk ik. Hij zit netjes op de tegels, maar de kraan is wel erg hoog.
Week 42 – 12 oktober t/m 16 oktober