Verkeersborden – 0 tot 4 jaar

We bekijken de (pre)verkeersborden die al het hele thema op de deur hangen. We hebben al vaker besproken wat deze borden betekenen. weten de kinderen het nog?

  • Pas op hete thee!
  • Verboden te rennen
  • Je moet deze kant op
  • Het raam mag open

De kinderen krijgen een kleurplaat met verschillende preverkeersborden. Ook daar staat een gevaarsbord, verbodsbord, gebodsbord en een aanwijzingsbord op. Kunnen de kinderen bedenken wat die borden betekenen?

  • F. weet bij de schaar, het rennen en het handen wassen te redeneren wat het bord betekent. “Kijk uit met een schaar.”, “Je moet je handen wassen voor het eten.” en “Je mag niet rennen” Bij het vierde bord vertel ik wat het betekent. Het inkleuren van de borden met de juiste kleur doet ze uit zichzelf goed.
  • J.F. kijkt met ons mee en we proberen de kleuren te benoemen. Hij kleurt met rood en met blauw, maar het gaat nog wel een beetje random.
  • Y. kan samen met mij aan de betekenis van de borden komen. Ze begrijpt zelf welke kleur de verschillende borden moeten hebben, ze kijkt af bij de borden op de deur. Even vlot kleuren en toen was ze er wel klaar mee.
  • J. kleurt heel minimaal en verkreukeld het papier. Hij zit er voor de gezelligheid lekker bij.

Spel – Op de stoep of op de straat? – vanaf 2 jaar

Doel: De kinderen doen ervaring op met wie/wat er op de stoep en op de straat hoort.
We hebben een afbeelding van een weg met een stukje stoep ernaast. De kinderen gaan voorwerpen sorteren die op de stoep en op de straat moeten. Zoals de vrachtwagen, fiets, hond/poes, mens enz.

  • J.C. benoemt de auto, tractor, hond en poes. Hij kan alles op de juiste plek zetten. Hij vindt het leuk om er mee te spelen.
  • V. benoemd de weg en de stoep en alle andere spullen. De poppetjes willen oversteken dus pakt V. het houten stoplicht erbij en hij speelt hele verhalen met het materiaal.
  • J.F. plaatst zonder te kletsen de auto op de weg en de hond plaatst hij eerst ook op de weg. Met wat aanwijzingen van F. komt de hond op de stoep. Nu lijkt J.F. het te begrijpen, alle andere voorwerpen plaatst hij op de juiste plek. De baby plaatst J.F. op de auto alsof hij wil zeggen dat de baby in de auto moet.
  • F. zegt dat de plaat op een ladder lijkt. Ik leg uit dat het zwarte gedeelte een weg is waar auto’s op rijden. Het gedeelte naast de weg noemt ze grijs, “net zoals het telefoontje van oma” zegt ze. Ik leg uit dat, dat de stoep is. “Daar lopen mensen”, zegt F. Ze plaatst de hond op “de witte stoep” en het baasje moet er ook bij. De auto’s en tractor komen op de weg en het skatebord op de “grijze stoep”. Ze kan alles benoemen en speelt dat de poppetjes over gaan steken. De baby moet bij mama en de mama brengt de baby naar papa, zegt ze.

Afsluiting Thema verkeer

Op vrijdag 23 oktober sluiten we het thema samen af door alle spullen van het thema weer op te ruimen in de kist van Puk. Puk vertrekt samen met de kist weer van de groep.
Nu volgen twee thema vrije weken en dan beginnen we aan het thema Sinterklaas.

Week 43 – 19 oktober t/m 23 oktober